Valide CSS!

Jan Pooyé - Reünisten Vereniging Vuurleidingsmonteurs en Wapenelektronicamonteurs der KM

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Jan Pooyé

Nostalgie > Nostalgie van Leden > Brieven

Van VUURLEIDINGMONTEUR

Naar WAPENELEKTRONICAMONTEUR




VERANTWOORDELIJK VOOR PRAKTISCH ALLE WAPENSYSTEMEN.


De vuurleidingmonteur had een zeer uitgebreid en gevarieerd werkgebied.
Hij was verantwoordelijk voor het goed functioneren van de vuurleiding van praktisch alle wapensystemen aan boord van de oorlogsschepen.
Zo'n vuurleidingsysteem bestond voor het computertijdperk uit een keten van allerlei mechanische en elektrische eenheden waar hier en daar een radiobuis in voor kwam, maar dat kastje werd voor herstel en afregeling uitbesteed aan de radioradarmonteur.
Later kreeg de vuurleidingmonteur meer elektronische elementen en werden de Vuurleidingmonteurs omgedoopt tot Wapenelectronicamonteurs.
Het dienstvak werd tijdens de oorlog in Engeland opgericht en was dus een jong dienstvak dat zich snel uitbreidde. Het gevolg hiervan was een snelle bevordering.
Toen schepen radar kregen om doelen op te sporen en hun positie nauwkeurig te bepalen, was het zaak met deze gegevens het geschut zuiver op het doel te richten.
Hiervoor waren gecompliceerde installaties nodig.
Voor de oorlog beschikte men ook al over een centrale vuurleiding. Toen werden de visuele waarnemingen van het centrale richttoestel via handels en staaldraden doorgegeven aan de diverse geschutsopstellingen. Dit was net zo'n systeem als de spoorwegen toepasten om de seinen langs de spoorlijnen te bedienen.
Maar na de oorlog werd gebruik gemaakt van speciale elektromotoren en versterkers die zogenaamde stuurlussen vormden. Deze bevatten tevens een groot aantal tandwieltreinen.
Deze lussen zorgden ervoor dat de lopen van de kanonnen de aanwijzingen van de radar volgden en automatisch op het doel gericht werden en bleven, ondanks het stampen en slingeren van het schip.
Johan Pooyé heeft de beginperiode meegemaakt. In 1950 kwam bij in dienst en ging na zijn militaire vorming naar de Technische Opleidingen bij de Koninklijke marine om langer dan een jaar de elektromonteuropleiding te volgen.
Dat was echter niet genoeg, want na deze minimale elektrische ondergrond begon pas de echte vakopleiding.

LIEVER VAREN.
De meesten waren op dat moment de schoolbanken al meer dan zat en wilden niets liever dan varen, want daarvoor waren ze toch in dienst gekomen.
Maar eerst moesten we nog het echte vuurleidingswerk leren op de artillerieschool op Fort Erfprins.
We kregen een enorme hoeveelheid vakken te leren waarin we allerlei systemen van haver tot gort leerden kennen. Dat was een enorme klus want de naoorlogse vloot bestond uit een ratjetoe van schepen, met als gevolg dat bijna ieder schip zijn eigen systeem had.
Gelukkig hadden we keien van leraren.
Bijvoorbeeld de bijna legendarische vuurleidingonderofficieren Insbrüker en Treffers, die generaties vuurleidingmonteurs hebben opgeleid en in Engeland een belangrijke rol hebben gespeeld bij de oprichting van het dienstvak.
Na ruim twee jaar opleiding kwam de jonge vuurleidingmonteur dan eindelijk op een schip.
Zijn werkterrein omvatte het hele schip, van de radarantennesturingen hoog in de mast tot de sonardomes in bet uiterste puntje van het voorschip, diep onder de waterlijn.
Hier stond een kast die vanwege zijn vorm 'de dobbelsteen' genoemd werd.
Als er nu aan boord een nieuweling was, die een beetje de branie uithing en beweerde goed tegen varen te kunnen, kreeg deze met ruw weer de opdracht de dobbelsteen af te regelen.
En daar, in die kleine bedompte, naar olie en vet stinkende ruimte van het zwaar stampende schip is menigeen erachter gekomen dat bij nog lang geen zeeman was.

BLIKSEMSCHICHT.
Oorspronkelijk hadden zij de artillerieofficier als diensthoofd.
In 1956, toen artillerie en elektronica steeds meer naar elkaar toegroeiden, werd het ‘ Hoofd ‘ Elektrotechnische Dienst, de baas van de radioradarmonteurs, ook hun diensthoofd.
In 1961, toen de systemen steeds elektronischer werden, kreeg het dienstvak de naam wapen-elektronicamonteur.
Weer later, bij de reorganisatie van de personeelsstructuur, werden wapenelektronica- en radioradarmonteurs samengevoegd in de Wapentechnische Dienst Elektronica.
Zij kregen als embleem twee samengebonden verticale bliksemschichten met daartussen een verticale pijl; alles in goud dit conform het kraag embleem van de Officieren Electro Technische Dienst.

w.g. Jan Pooyé


 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu